








De Iditarod-trail was oorspronkelijk een handels- en transportroute. Kleine dorpjes in de afgelegen wildernis van Alaska werden 's winters met hondensledes van post en voorraden voorzien. Seward is de officiële start van de trail. Dit is de enige ijsvrije haven tijdens de winter. Daar kwam de post toe die dan van musher op musher werd overgedragen dieper het binnenland in. Elke musher was verantwoordelijk voor zijn onderdeel van de trail. Zij trotseerden de meest gruwelijke weersomstandigheden om brieven op hun bestemming te brengen en zo harten te verwarmen en wat licht in de duisternis te brengen.
Nome was één van die afgelegen dorpjes, hoog in het Noorden aan de kusten van de Beringzee. Het werd opgericht tijdens een waanzinnige goudkoorts op het einde van de negentiende eeuw. Toen er in 1925 een difterie-epidemie uitbrak hing de kinderen van Nome een gruwelijke verstikkingsdood boven het hoofd. Een antiserum was niet voorhanden en noch vliegtuigen, sneeuwscooters of boten konden hen bevoorraden. Om het dorp te redden werd een stuk van de Iditarod-trail gebruikt. Vele dappere mushers brachten het antiserum in de meest mensonterende condities, door sneeuwstormen en temperaturen mijlenver onder het vriespunt naar Nome.
Met de jaren verloor het mushen aan populariteit. Vliegtuigen en sneeuwscooters namen de taken van de honden over. Om het heroïsche verleden van de hondenmenners te eren organiseerde Joe Redington in 1973 de eerste Iditarod-race. Het concept was eenvoudig: 20 honden, een musher en 1049 mijlen ongetemde, rauwe, onvoorspelbare natuur. Er waren in die dagen haast geen checkpoints en van een trail was nauwelijks sprake. Met een kompas in de ene hand en een bijl in de andere baanden de eerste deelnemers zich een weg door de wildernis. Twintig dagen later volbracht de eerste musher wat velen onmogelijk achten. Na tweeëndertig dagen bereikte de laatste deelnemer Nome.

De Iditarod is ondertussen uitgegroeid tot het grootste sportevenement in Alaska en geniet wereldwijd grote aandacht. Nationale zenders brengen in de VS live verslagen uit. De winnaars zijn levende legendes.
Op de eerste zaterdag van maart verzamelen ongeveer 85 deelnemers in Anchorage. Daar vindt de officieuze start plaats: sponsors en fans krijgen een laatste kans om alle mushers nog eens samen te zien. De honden worden dan weer in de hondentruck geladen en nog een laatste keer wordt er in een warm bed overnacht. De volgende dag begint de klok in Wasilla te lopen.
Tegenwoordig wordt met 16 honden gestart en telt men langs het parcours 21 checkpoints. Die zijn zo'n 40 tot 100 mijl van elkaar verwijderd. Op deze plaatsen is er bevoorrading voor mushers en honden en extra materiaal aanwezig. Vermoeide of gekwetste honden kunnen er worden achtergelaten. Een dierenarts ontfermt zich dan over hen tot ze per vliegtuig naar Anchorage worden getransporteerd. Gemiddeld wordt zo'n zes uur gelopen en zes uur gerust. In tegenstelling tot F1-races beschikken mushers niet over een pitstopcrew. Alles wordt zelf gedaan. In die zes uur voorzie je je honden van stro, je bereidt voor hen een warme maaltijd, neemt hun booties af, verzorgt hun voeten met een zalf, geeft hen een goede massage en zorgt voor eventuele gekwetste honden. Dat neemt al snel drie tot vier uur in beslag. Reken en tel: erg veel slaap je niet tijdens de Iditarod.
Geen enkel landschap wordt de mushers bespaard. Rivieren waar de wind vrij spel heeft en water hier en daar gevaarlijk door het ijs komt sijpelen. Bergketens met stijle afdalingen, langs diepe richels en over spekgladde gletsjers. De Beringzee kusten waar alles wit wordt, de wind vrij spel heeft en elke herinnering aan warmte vervaagt.
De elementen hebben er vrij spel. Een adembenemende winterzon bij -40, dansende sneeuw op het ritme van de wind, klaterende riviertjes die niet toegeven aan de winterkou. Het Noorderlicht dat er de nachten opluistert begeleid door het indringende geluid van een huilende wolvenroedel. Elanden zien er de hondenteams als bloeddorstige wolvenroedels en aarzelen niet de menner met zijn honden aan te vallen. Achter elke bocht van de Iditarod-trail wacht een nieuwe verrassing.
Enkele dagen voor de start van de race banen sneeuwscooters zich een weg door de sneeuw. Ongeveer elke honderd meter planten ze een wegwijzer met een reflector in de grond. Toch zullen sneeuwstormen delen van deze weg onzichtbaar maken en elk jaar raken verschillende mushers de weg kwijt. GPS is uit den boze…
Nog steeds bereikten meer klimmers de top van de Everest of astronauten de ruimte dan mushers het einde van de Iditarod-trail. Vorig jaar gaf meer dan 20% van de deelnemers op. Gekneusde ribben of gebroken handen, frostbit wangen of bevroren ogen, versplinterde sledes of een verbrijzelde moraal, het zijn slechts enkele van de vele redenen waarom mushers opgeven.
Gebouwd met ![]()
Copyright Sam Deltour © 2009-2010 | Alle rechten voorbehouden.

